Persbericht: Vlaamse technologiebedrijven breken exportrecord (Agoria)

Persbericht: Vlaamse technologiebedrijven breken exportrecord (Agoria)

Ook duizendtal vacatures voor Vlaamse expats in buitenlandse filialen

Woensdag 3 mei 2017 — De Vlaamse technologiebedrijven hebben nog nooit zo veel producten en diensten naar het buitenland geëxporteerd. Hun export steeg vorig jaar met liefst 5 procent tot een record van 61,7 miljard euro, zo blijkt uit cijfers van Agoria. “Onze bedrijven blonken in het buitenland al uit door hun innovatieve producten en diensten. Nu versnelt de export nog, want ons land werd door de loonmatiging een stuk competitiever,” zegt Peter Demuynck, algemeen directeur van Agoria Vlaanderen. Meer export, betekent meer jobs in eigen land en in onze exportmarkten. Vlaamse technologiebedrijven openden al meer dan 1.200 filialen in de wereld. En ook daar zijn jobs voor Vlamingen. “Om hun internationale groei te ondersteunen, zoeken onze bedrijven ook Vlaams talent. Momenteel is er in het buitenland een duizendtal jobs voorhanden. Durf en grijp deze kans. Internationale ervaring is een persoonlijke verrijking en ook een plus voor het bedrijf,” zegt Demuynck.

De export van de Vlaamse technologiebedrijven breekt records en dat is goed nieuws voor de Vlaamse economie. Want de technologiesectoren zijn goed voor een derde van de totale Vlaamse export. De gemiddelde exportgroei van de technologiebedrijven tussen 2005 en 2016 bedroeg 2 procent, in 2015 volgde een groeispurt naar 4 procent, vorig jaar klokten we af op 5 procent. “Zo laten we de financiële crisis en enkele bedrijfsherstructureringen definitief achter ons,” zegt Demuynck. “De aangehouden focus op innovatie, internationalisering en de inspanningen van de overheden om onze concurrentiekracht te verbeteren werpen hun vruchten af.”

Wat exporteren we en naar wie?

Transportmiddelen (26,33 miljard euro), machinebouw (14,27 miljard) en elektrotechniek en ICT (12,84 miljard) zijn de toppers. Maar wie denkt dat het hier enkel om pakweg auto’s en textielmachines gaat, mist veel. Demuynck: “Vlaanderen telt bijvoorbeeld goed 300 bedrijven die toeleveren aan voertuigfabrikanten over heel de wereld. We zijn wereldtop voor onder meer de productie van hightech elektrocomponenten, radionavigatie, optische instrumenten voor de medische wereld, onderdelen van vliegtuigen en ruimtevaart, milieutoepassingen en technologie en metaalconstructie voor infrastructuur en gebouwen. Als gemeenschappelijke deler spreken we over technologische oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen van vandaag.”

Wie de wereldkaart bekijkt, stelt vast dat Vlaanderen naar alle landen in de wereld exporteert. Onze buren Duitsland, Frankrijk en Nederland blijven het belangrijkst. De VS vormen de belangrijkste exportmarkt buiten de EU. De zogenaamde BRICS-landen zorgden tot 2012 voor een belangrijk deel van de exportgroei, maar vielen daarna stil. Hun rol als exportmotor werd intussen weer ingenomen door groei binnen de eurozone. Buiten de eurozone valt ook het groeiende belang van Japan op. Het hebben van verschillende exportmarkten is dan ook belangrijk om het risico van het wegvallen van één exportmarkt te omzeilen.

Buitenlandse aanwezigheid zorgt voor stabiele werkgevers hier

De groeiende internationalisering weerspiegelt zich ook in de aanwezigheid in het buitenland. 187 Vlaamse technologiebedrijven hebben buitenlandse filialen, hun aantal steeg sinds 2010 van 1104 naar 1215. Internationalisering en het oprichten van buitenlandse filialen dragen ook bij tot de werkgelegenheid hier. Terwijl het aantal jobs bij bedrijven zonder filialen daalt, blijft de werkgelegenheid in Vlaanderen bij moederbedrijven mét filialen sinds 2010 stabiel tot licht stijgend. Zeer bemoedigend daarbij is dat steeds meer KMO’s de sprong naar de oprichting van een buitenlands filiaal wagen. “KMO’s ondersteunen om buitenlandse vestigingen op te richten is daarom een belangrijke beleidsaanbeveling voor toekomstige jobcreatie bij ons,” zegt Demuynck.

“FIT heeft ook globetrotters nodig”

Agoria is tevreden dat de regering Bourgeois werkt aan één internationaliseringsstrategie. De technologiefederatie werkt goed samen met FIT, maar vraagt tegelijk voldoende aandacht én middelen voor internationale branding en attachés. Daarbij pleit de technologiefederatie voor het gericht inzetten van deze handelsvertegenwoordigers: “Naast een groep van vaste handelsvertegenwoordigers, hebben we ook globetrotters nodig. Dat zijn mensen die rondreizen, eerder dan aan vaste locaties gebonden te zijn.”

“Onze bedrijven hebben mensen nodig die specialist zijn in hun vakgebied en binnen deze domeinen op zoek gaan naar opportuniteiten en netwerken uitbouwen in de wereld.  De technologie verandert sneller dan ooit en ook netwerken verplaatsen zich daarom sneller.  Ik zou het FIT daarom ook willen voorstellen om het geografisch werkgebied van deze globetrotters zo groot mogelijk te maken.”

Ook binnen Agoria wordt zwaar ingezet op International Business Development. De nadruk wordt daarbij gelegd op clustering waarbij bedrijven die in dezelfde afzetmarkten actief zijn samen worden gebracht. De medewerkers van Agoria identificeren buitenlandse opportuniteiten en brengen de bedrijven in contact met juiste beslissingsnemers.

“Vlamingen, durf en trek de wereld in”

Ook onze Vlaamse bedrijven in het buitenland hebben mensen nodig. Uit een enquête van Agoria bij een 100tal technologiebedrijven blijkt dat negen op de tien jobgroei verwacht in hun filialen. “Bij deze bedrijven staan er momenteel 867 internationale vacatures open. De helft daarvan is in EU-filialen, maar nog eens twintig procent van de jobkansen bevindt zich in Azië.

En het gaat over meer dan korte projecten, drie vierde van de vacatures zijn voor periodes van langer dan één jaar. Voor meer dan de helft van de jobs volstaat enkele jaren ervaring, hiernaast zijn de technologiebedrijven ook op zoek naar ‘high potentials’ en seniorprofielen.

Wat wordt er verwacht van deze mensen? Demuynck: “De jobs zijn er voor alle profielen: van ingenieurs over marketing- tot salesmensen. Meertaligheid blijft een must en daar moeten we ook in het onderwijs voldoende aandacht voor hebben. De werkgevers geven nog aan dat het niet simpel is om deze profielen in te vullen omdat bijvoorbeeld tweeverdieners verhuizen niet evident is.” Toch wil Demuynck een warme oproep lanceren naar de Vlamingen: “Durf en trek de wereld in, ook voor een korte periode. Het is een rijke persoonlijke ervaring en bovendien een extra troef voor hun carrière en het bedrijf bij terugkomst. We rekenen ook op deze professionals om de Vlaamse economie vooruit te helpen met hun internationale ervaring.”

Published with Prezly